Monday, February 17, 2014

Japan in de praktijk

De praktische zaken bij het rondreizen, daar krijg ik ooit wel vragen naar ... dus hier enkele antwoorden. Het wassen van de kleren kan heel gemakkelijk in de jeugdhotels, waspoeder is meestal gratis voorzien. Eenmaal heeft Kimiko de moeder van Shoko zelfs mijn was gedaan. Japanse gastvrijheid :-), mooi toch. 

Die gastvrijheid komt ook terug in de jeugdhotels, bijna alles is voorzien. Gratis koffie en thee. Shampoo, bodysoap in elke douche staan ze. En de eigenaars plooien zich meestal dubbel om je te helpen.
Shiori-Ann jeugdherberg

Het bed zelf is ook van een ongekende luxe. Leeslampjes een eigen stekkercontact, zelfs een eigen gordijn voor je bed ... zodat je toch privacy hebt in een slaapzaal. Ik ben al wat jeugdhotels gewend op mijn omzwervingen maar ik kan zonder twijfel zeggen dat er zowel in Zuid-Korea als Japan veel 5 sterren jeugdherbergen zijn.

En dat voor goedkopere prijzen dan Europese jeugdhotels. In Japan heb ik meestal een bed op slaapzaal gehad van 11 euro per nacht (1500 Yen), en ook enkele van 2500 Yen (18 euro).  Al zijn de prijzen precies wel seizoensafhankelijk, in Kyoto verbleef ik in Shiori-Ann hostel. . Prijs 1500 Yen (11euro) nu, zomermaanden 2900 Yen. (20 euro)

Een andere praktische zaak bij het koude winterweer zijn de drankautomaten. Bij de blikjes heb je keuze uit koude en warme dranken. Als je onderweg totaal verkleumd van de natte sneeuw wat wil bijtanken, kan je zo een warm koffieblikje uit de automaat trekken. Kilimanjaro blend take me to the top :-)


Qua eten in Japan kan je al een volwaardige maaltijd krijgen tussen de 6 en 8 euro. Er zijn ook veel soba en udon zaken waar de werkmensen hun lunch eten. Soba en udon zijn een soort van noedelslierten die in een warm soepje gedaan worden, bijzonder hartelijk nu in de winter.


Iets anders dat opvalt is dat elke grote stad wel enkele reuzenraderen. (weet iemand het meervoud van reuzenrad ;-) Soms staan ze gewoon bovenop het centraal station, zoals hier in Kagoshima.


Het eten komt ook vaak met een grappige versiering. Zoals de lachende omelet :-). Voor het Europese oog misschien een beetje kinderlijk, maar het ergste dat een lachende omelet u kan aandoen is een glimlach op je gezicht toveren.


En zo zie je wel meer dingen in het straatbeeld die door een kinderlijke fantasie lijken verzonnen. Een grote gorilla die je verwelkomt van bovenop een parkeergarage bijvoorbeeld. of de talloze grappige konijntjes in bedrijfslogo's.  Zo loop je door de straten en denk je af en toe, hoe komen ze erop.


In het straatbeeld trouwens ook talloze fietsers. Die fietsen veelal gewoon op het voetpad. Verder veel Japanse auto's. Meestal zijn dat piepkleine wagens van Daihatsu of de andere gekende merken. Piepklein smal en vaak heel hoog qua koestwerk, alsof iemand een normale auto een beetje heeft samengeperst. Deze autootjes passen wel in het land en bij de mensen. 

Of onderstaande mini-pick-up trucks.  Een ietwat uit de kluiten gewassen bodybuilder kan ze met 1 hand opheffen, zo klein zijn ze. De chauffeur hangt ook meestal half uit het raam, vanwege plaatsgebrek in het interieur zeker :-).


Wat ik ook wel leuk vind, is dat in sommige treinen je de stoelen gewoon kunt omdraaien, wanneer de trein in de andere richting rijdt ... zo reis je altijd met de blik vooruit.

Dagdagelijkse dingen die je als vanzelfsprekend ziet in je eigen cultuur, op een andere manier aangepakt zien in een ander land. Dat maakt een uitstapje naar de andere kant van de wereld boeiend.

Of het ontdekken van nieuwe dingen zoals Doraemon. Een bekende cartoonfiguur hier in Japan, Doraemon heeft een deur in zijn buik. De "anywhere door". Een soort van wensendeur, doe je wens stap door de deur van Doreamon, en je komt aan op de plek die je wenst. Met een beetje fantasie komt dit pluchen beest echt tot leven :-)


Doreamon

 Want door naar Japan te reizen heb ik de deur van deze Doreamon geopend en het heeft me naar plaatsen gebracht die ik zelfs niet had kunnen wensen. Zo ben ik toevallig in het onsen-dorp Atami terechtgekomen, omdat Hiromi daar op doorreis was. En zo bracht Doreamon's deur me in een straat vol kersenbloesems langs een riviertje daar in Atami.

Als volwassen mens wordt er een beetje van u verwacht om de dingen serieus te bekijken ... Werken en belastingen en zo ... Gelukkig zijn er de kinderen en de kleinkinderen er om ons eraan te herinneren dat het leven meer is dan ons zorgen maken voor de dag van morgen. De dingen bekijken met een beetje kinderlijke fantasie kan het leven soms zoveel lichter maken.

Schenk die serieuze volwassen mens in uwzelf ook eens een dagje verlof, doe een wens en open Doreamon's deur. Wie weet welke cadeautjes hij voor jou in petto heeft ? Een straat vol kersenbloesems of ....




Sunday, February 16, 2014

Het gouden paviljoen

Vlak bij de busstopplaats van de Kinkaku-ji tempel in Kyoto, liep ik een gezellig bistrootje binnen. Het was net of ik in de huiskamer kwam van de bomma en den bompa, met staande klok ! Te zien op onderstaande foto's. Een liefdevol koppeltje. Het grappige was dat terwijl de bomma mijn maaltijd aan het bereiden was, ze constant tegen den bompa zei dat hij mijn groene thee moest klaarmaken.


Den bompa hoorde haar wel. Maar hij bleef vanalle andere dingen doen in de bistro, de groene thee daar had hij geen oog voor. Zij bleef maar herhalen ... groene thee, groene thee. Uiteindelijk heeft de bomma dan maar zelf de groene thee geserveerd, nadat ze mijn maaltijd al had klaargemaakt. Wat zou de wereld zijn zonder moeder de vrouw. Vader de man was in dit geval eerder zoals de staande klok, deel van het meubilair :-). Maar de klok, maakt wel het interieur, n'est-ce pas ...



 Van groene thee krijg je vleugels, zoals je ziet op de foto. Meer bepaald de origami versie ... daarmee vloog ik als vanzelf naar het nabijgelegen Gouden paviljoen "Kinkaku-ji". Het was maar een korte vlucht van een honderdtal meter. Gelukkig straalde de tempel volop dankzij het in overvloed aanwezige gouden zonlicht.



Op het dak staat een gouden vogel. Misschien is het de fenix wel, die uit zijn as herrezen is. Want het paviljoen werd in 1950 in brand gestoken door een geestelijk  gestoorde monnik met de naam Hayashi Shōken. Een geromantiseerde versie van deze gebeurtenissen is opgenomen in het boek van Yukio Mishima met toepasselijke titel "Het Gouden Paviljoen" uit 1956.

Grote koi karpers zwemmen in de vijver van het Paviljoen

Op de plaats waar iedereen fotogeniek stond te wezen om een kiekje te trekken bij de gouden tempel, kwam er een groepje studenten naar mij. Het waren studenten uit de stad Hiroshima en ze wilden met mij op de foto. Op de foto zie je dat de meisjes allemaal een mondmasker dragen, zoals verpleegsters doen. Deze mondmaskers zijn zeer populair in Japan, je ziet ze overal in het straatbeeld en mensen dragen ze zelfs om te gaan werken.

Waarom ? is niet echt duidelijk. Tegen luchtvervuiling, om geen microben op te doen of andere mensen ziek te maken ? Al zie je soms wel mensen het mondmasker afzetten om een sigaret te roken :-). Voor de luchtvervuiling een masker dragen en dan zelf nicotine oproken ... een heerlijke paradox.

Het is wel een grappig zicht zo'n masker, al vind ik dat ze de witte doekjes wel een beetje mogen opvrolijken. Nu ziet het er maar raar uit, zo'n groot wit masker voor je mond en neus. Misschien moeten ze er maar eens een reuzegrote smiley op tekenen.



Het gouden paviljoen is 1 van de toeristische topattracties in Kyoto, ik ben blij dat ik er op deze zonovergoten dag mocht rondwandelen. De prachtige tuin en de gebouwen zijn een streling voor het oog. 

Maar wat me al even blij maakte, was de ontmoeting met het bejaarde koppel. De glimlach en de vriendelijkheid van de Japanners zijn al even schitterend als de zonlicht weerspiegelende tempel.  

Het goud van het paviljoen is een streling voor het oog, maar zoals mijn zus Kim het verwoordde toen ze vorig jaar terugkwam van haar 2weeks Japan-reis :" de gastvrijheid en vriendelijkheid van de Japanse mensen is als een streling voor het hart".


Mount Hieizan

Hiro van de jeugdherberg in Kyoto, zei tegen me :"Ga eens naar de Enryakuji shrijn bovenop Mount Hieizan". De schrijn is opgericht in 788 en geldt als 1 van de belangrijkste tempels in de Japanse geschiedenis. Op weg ernaartoe kwam ik een Japanner tegen van 83 jaar. Hij vertelde me dat zijn dochter in Queenstown Nieuw-Zeeland woont, en dat hij haar nog gaan bezoeken is. Kranige tachtiger als je het mij vraagt.


 Ik moest meteen aan mijn kameraad Jean Goossens uit Herselt denken, ondertussen ook al 81 jaar. Maar Jean zie ik mount Hieizan niet meer opklimmen :-). Gelukkig zijn de bergskes in de Kempen niet zo hoog. De venusberg in uw woonplaats Herselt moet nog lukken, hey Jean.


De Japanner had er twee uur over gelopen om de 840 meter hoge berg af te dalen, chapeau. Ik heb me de moeite gespaard om te voet te lopen. De kabeltrein stond klaar om me op een half uurtje naar boven te heisen. Boven heb je een prachtig zicht op het Biwa meer. Het grootste meer van Japan (duidelijk zichtbaar op google maps).

Biwa-ko (ko = meer in het Japans) zou genoemd zijn naar het Biwa instrument. Een monnik van de nabijgelegen Enryak-ji tempel, zou in de 14de eeuw gezegd hebben dat het Biwa meer "het rijk is van Benzaiten, want ze woont op Chikubu eiland en de vorm van het meer is dat van de Biwa, haar favouriete instrument." Benzaiten is de godin van alles dat stroomt zoals : water, woorden, muziek.



Daarboven op de berg was het wel aanzienlijk frisser, en er lag ook nog een dik pak versgevallen sneeuw. Van dezelfde sneeuwbui die Tokio volledig lam legde. In Kyoto was het niet zo erg. In de stad zelf lag er geen sneeuw, maar de bergen rondom waren wel wit gekleurd.


Rondom de tempelgebouwen was net een Japanse filmploeg een tv-opname aan het maken. Binnen in de tempels was het al even koud als buiten. Ik benijd de monniken niet die hier dagelijks toezicht moeten houden in de tempelgebouwen. Maarja die zullen aan de barre temperaturen ondertussen al gewoon zijn zeker.




Ik hield het na een uurtje bekeken daarboven. De stijle bergpaadjes waren veel te glad geworden. En bovendien vielen er grote pakken sneeuw van de tempeldaken, zodat je moest oppassen dat je niet getrakteerd werd op een sneeuwdouche telkens als je een gebouw binnenging. Best wel gevaarlijk want de kilo's sneeuw kwamen met een luide knallen naar beneden gevallen.


Zo heb ik toch nog sneeuw gehad deze winter :-). Ik was blij dat de kabeltrein me weer op zeeniveau bracht in de sneeuwvrije straten van het eeuwenoude Kyoto.

Shinkansen

Als toerist kan je in Japan, relatief goedkoop rondreizen met een treinpas. Deze treinpas moet je wel aanschaffen voordat je naar Japan afreist. De pas wordt namelijk naar je thuisadres opgestuurd. Eens je in Japan bent kan je de pas activeren. Ik had een treinpas voor 2 weken gekocht. Hiermee kan je met alle JR treinen rijden. Er bestaan nog talrijke andere treinmaatschappijen, maar met JR kun je in praktisch alle grote steden geraken.

Het grote voordeel is dat je de JR treinpas kan gebruiken om met de Shinkansen rond te reizen, de Japanse hogesnelheidstrein. Al sinds 1964 beschikt Japan over een apart netwerk voor hogesnelheidstreinen, destijds was de 1ste route die tussen Osaka en Tokio. De Shinkansen verkortte de reistijd destijds van 6 uur en 40 minuten tot 3 uur en 10 minuten, wat dagtrips mogelijk maakte tussen de 2 metropolen.


In 1964 was de topsnelheid 210 km/h, vandaag rijdt de Shinkansen maximaal 320 km/h. Het is vooral een superhandige en fijne manier van reizen doorheen Japan. Geen vervelende veiligheidsprocedures zoals bij vliegtuigen, gewoon instappen en hop van stadscentrum naar stadscentrum reizen.

Ontwerper van de Shinkansen, ingenieur Eiji Nakatsu - fervent vogelaar -stelde zich de vraag :"Welk dier verplaats zich efficiënt tussen 2 verschillende media". Het antwoord was dus de ijsvogel. De met zijn aerodynamische bek het water induikt om visjes te vangen. De bek van dit prachtig dier diende dus als inpiratie voor de Shinkansen.


Ik vind het een prachtige trein en een genot om mee te reizen. Ook wel grappig is als de treinbegeleider binnenkomt in een coupon dat hij dan altijd een buiging maak. Hai ! Ik ben dan zo vriendelijk om terug te buigen :-).


Vanwege het bergachtige karakter van Japan, doorkruist de shinkansen talloze tunnels. Als een vlijmscherp samurai-zwaard doorklieft hij zo supersnel het Japanse landschap. Of hoe de samurai legende verder leeft in de vorm en snelheid van een moderne trein.

Ze hebben ook allemaal verschillende namen zo is er de Kodoma ="echo", Hikari ="licht", Nozomi "wens, hoop" of "desire" in het Engels. Met de JR toeristenpas mag je eigenlijk niet op de Nozomi reizen. Ik heb er toch even op meegereden, het was mijn wens eens op de "desire"-trein te reizen :-). Met U2's desire liedje meezingend ...

Yeah Lover, 
I'm on the street
 Gonna go where the bright lights
 And the big city meet 
With a red guitar, on fire

(en stel u nu een zoevende Nozomi shinkansen voor)
Deeeeeeeeeeeeesaaaaaiiijer
Desire

Thursday, February 13, 2014

Always sunshine in Osaka & Kobe

Vanuit Kyoto, waar mijn jeugdherberg ligt, ben ik met de trein naar Osaka gereden. De twee steden liggen dicht bij elkaar op een half uurtje ben je er. In Osaka moest ik overstappen op de lokale trein. Ik was maar net op tijd om mijn trein te halen, gezapig ging het verder richting bestemming. We stopten even in een tussentijds station, aan de overkant van het perron stond een andere trein stil. Op de wagon stond te lezen "woman only". "Grappig" dacht ik, "in zo'n 'enkel vrouwen' wagon zou iedere man wel eens willen meerijden". Toen ik uit mijn gedachtenballontje kwam en eens rondkeek zag ik tot mijn verbazing alleen maar vrouwen zitten rondom mij. 


En u raadt het al ... ik zat in de "woman only" wagon. De Japanse vrouwen zullen wel gedacht hebben :"wat een oelewapper. Weer zo'n buitenlander die van niets weet :-)". Ik maakte me dan ook vlug uit te voeten naar de andere wagon. Blijkbaar is er in Japan het fenomeen van mannen met losse handjes, speciaal in spitsuur treinen, wanneer iedereen samengepropt in de wagon zit. Er bestaat zelfs een term voor deze mannen "Chikan".
Eénmaal in de juist wagon vervolgde ik mijn weg naar de Always sunshine and co galerij van Atshushi, een Japanner die ik vorig jaar in op het eiland Maui in Hawaii heb leren kennen. Atsushi verbleef in het dorpje Paia in dezelfde jeugdherberg als mij. Samen zijn we toen naar de 3000 meter hoge top van de Haleakala vulkaan gereden om 's morgens vroeg de zonsopgang te zien. (Klik hier voor Haleakala-Hawaii blog)



Atsushi trekt de wereld rond als fotograaf zijn website is http://www.alwayssunshineco.com/. Osaka is zijn thuisbasis, waar hij samenwerkt met Tsubasa. De fotograaf die bovenstaande foto heeft genomen. Tsubasa is net terug van een 2jarig verblijf in Sydney, Australië.

Het weerzien met Atsushi was weer hartelijk en hij had wat Japanse vrienden uitgenodigd in zijn galerij. Die vrienden brachten me daarna met de auto terug naar Osaka station. Waar ik de trein nam richting Kobe.


In Kobe trad namelijk Tatsuki op. Tatsuki is een didgeridoo speler die ik een paar jaar geleden tegenkwam in Ierland. In de straten van Dublin zat hij als straatmuzikant didgeridoo te spelen. Zijn vriendin was er ook bij. Inmiddels hebben ze een zoontje dat ook op het concert in Kobe aanwezig was. (Hier klikken voor een clip op youtube van zijn muziek)

Het was eerst nog een zoektocht om het café te vinden waar hij optrad. Dus heb ik de weg maar gevraagd aan 2 Japanners. Die riepen er nog een derde Japanner bij, en gedriëen hebben ze me ge-escorteerd -hun smartphone volgend- naar de plaats van bestemming.

Het concert was al aan de gang. De didgeridoo vibraties vulden de ruimte nog een uurtje, waarna Tatsuki het concert met het bisnummer afsloot. Na het concert sprak ik nog met hem, en hij vond het wel leuk dat ik via Facebook had gezien, dat hij die avond een optreden gaf.

Zo draagt de Facebook slogan, connect with friends and the world around you, toch nog een zekere waarheid in zich. Van de straten van Dublin tot een café in Kobe.

Aan de toog van het café geraakte ik aan de praat met Katsunori, werkzaam voor Daikin (merk van airconditionings), in Osaka. Katsunori had 4 jaar gestudeerd in San Diego en Los Angeles. Zijn Engels was dan ook zeer goed. Hij vertelde me dat hij de Amerikanen vriendelijker vond dan de Japanners. Voor mij zijn de Japanners de vriendelijkste mensen ter wereld. En zo zie je maar dat het gras altijd groener is aan de andere kant van de oceaan.



Naast Katsunori kwamen er nu ook Yusuke en Noa bijstaan. Katsunori vertaalde voor de twee andere, die wel een beetje Engels konden, maar de "missing links" werden door Katsunori dus ingevuld. Met een beetje goede wil kunnen taalbarrières opvallend makkelijk omzeild worden.



Yusuke was zeer blij om te horen dat ik in een boomkwekerij werk. Hij is namelijk zelf tuinier van beroep. De meeste Japanse tuintjes zijn kunstig gesnoeid, de bomen zien eruit als uit de kluiten gewassen bonzai bomen. Allen stijlvol geknipt.

Tokio : Yoyogi park

Tokio, letterlijk "Oostelijke hoofdstad", is de grootste metropool van de wereld. De agglomeratie "Groot-Tokio", heeft tussen de 32 en 36 miljoen inwoners. Over heel Japan gezien, zijn er maar liefst 126 miljoen Japanners.


Dat zijn veel Japanners op een kleine ruimte :-). De Japanners leven sowiezo op een kleine ruimte, want in het bergachtige land is er niet veel plaats om te bouwen. Toch hebben relatief veel Japanners een eigen huis. Ze worden niet allemaal in blokkendozen appartementen geduwd zoals in Zuid-Korea. Dat eigen huis staat wel pal langs de buurman, met misschien 1 tot 3 meter ertussen, net genoeg plaats voor een piepklein tuintje.

In Tokio stad zelf is er wel relatief veel hoogbouw, zeker voor een land dat zo gevoelig is voor aardbevingen. Ik zou niet in het penthouse van zo'n wolkenkrabber willen zitten, wanneer de aarde de boogey woogy aan het dansen is.


Het plan was eigenlijk om Tokio links te laten liggen deze keer. Ik ben er op mijn vorige Japan-reis al een dag geweest. Maar ik was per abuus op de verkeerde Shinkansen gestapt, de super expres die slechts in Nagoya, Yokohama en Tokio stopt. Terwijl ik eigenlijk nog eens in Atami wou rondwandelen.

Nu ik toch in Tokio zat ben ik nog eens naar het Meiji/Yogogi park geweest. Het toeval wilde dat er net het Kigensai festival gevierd werd. Dit festival viert de stichting van Japan 2600 jaar geleden, meer bepaald op 11 februari zou de eerste keizer van Japan, Jinmu op zijn troon zijn gaan zitten.

Het Meiji park liep vol met traditioneel uitgedoste Japanners. De mannen liepen daarbij veelal in een soort van korte boxershort rond, en dat bij een temperatuur van amper 4 graden boven nul.

In het park ligt er ook de Kiyomasa's bron, genoemd naar Kato Kiyomasa een krijgsheer uit het Edo tijdperk. Zoals u ziet ben ik ook een kijkje gaan nemen aan de bron.


In het Meiji park zelf ligt de Meiji schrijn opgedragen aan Keizerin Shoken en Keizer Meiji. Het Meiji tijdperk vormde een belangrijke politieke omwenteling in de Japanse maatschappij.

Japan stelde zich weer open voor Westerse technologieën en ideeën, na eeuwenlang te hebben geprobeerd deze zo veel mogelijk buiten de deur te houden. Zo werd het Britse politieke systeem ingevoerd en zelfs Westerse geneeskunde, meer bepaald uit Duitsland. De Japanner Hiro (van mijn leeftijd) vertelde mij dat toen hij jong was de dokters in Japan nog voorschriften in het Duits schreven.

Van 1642 tot 1853 was Japan helemaal van de buitenwereld afgesloten. Japanners mochten het land niet verlaten. En er werd slechts handel gedreven met enkele Aziatische en Nederlandse kooplieden. Deze speciale Nederland-Japan liaison toont zich vandaag-de-dag nog altijd, zo is er zelfs een heus Nederlands pretpark met de naam Huis Ten Bosch hier in Japan.  Klik op deze tekst, voor Nederland in Japan.


In en rond de Meiji schrijn werd er naar hartelust gevierd. Het geklop op de gigantische trommel hoorde je door het hele park donderen.



Ik heb me ook even tussen het feestgedruis gemengd. Zo zag ik enkele drumcirkels en ook liepen mannen rond met mobiele schrijnen, het gewicht op hun schouders torsend. De schrijnen waren versierd met allerhande symbolen zoals onderstaande gouden vogel.


Nadat ik het Meiji park verliet ben ik in station Yogogi weer op de trein gestapt, richting Shibuya station. Shibuya is het kloppende hart van modern Tokio. Het shoppings- en uitgangs district. De naam Shibuya verwijst naar de Shibuya familie die hier vroeger een kasteel hadden. (Anno Edo tijdperk, 11de eeuw) Op een steenworp van Shibuya station ligt er een bekend kruispunt, dat omzoomd is met neonreclame versierde gebouwen. De voetgangerslichten springen er uit alle richtingen tegelijk op groen, zodat het kruispunt dan overspoeld wordt door een massa volk dat kris kras oversteekt.


Yoyogi station, sinds ik de naam hoorde in een boek van de Japanse schrijver Haruki Murakami, ben ik er door geintrigeerd. :-) Grappige naam toch en het betekent naar verluid "generaties van oude bomen", wat wel past bij het nabijgelegen Yoyogi park, dat vol bomen staat.


Yoyogi station daarentegen blijkt dan weer een ongelooflijk banaal station te zijn, een beetje gedateerd zelfs. Iets wat ik bij het moderne Tokio niet echt verwachtte. In mijn fantasie was Yoyogi het hipste station in de wereld. Als compensatie voor de gemiste hip-factor zorgt de Japanse jeugd, maar dan een station verder. Station Harajuku, ook al aan de rand van Yoyogi park. Hier loopt de allerhipste Japanse jeugd rond, in allerhande Manga, anime, Jpop outfits ...

Hoe dat hippe volkje er precies uitziet ? Wel dat is niet echt meteen in woorden te vatten, het enige wat ik erover kan zeggen is :"Only in Japan".

Tuesday, February 11, 2014

Ashi meer & Mount Fuji

Ahsi-no-ko meer is een toeristenval. Maar wel een toeristenval met reden. Je hebt er namelijk zicht op Mount Fuji, de iconische vulkaan van Japan. Met een soort van piratenschip-replica ga je op verkenning op het meer. Eerste stop is onderstaande Torii, met als je goed kijkt erboven de besneeuwde bergtop van Mount Fuji.

(klik op foto voor beter zicht op Mount Fuji)

Daarna brengt de boot je naar de andere kant van het meer, waar een kabelbaan je naar 1000 meter hoogte brengt. Op deze berg heb je normaal gezien een prachtig zicht op Mount Fuji. Maar eenmaal boven, gooiden de wolken roet in het eten. Geen Mount Fuji meer te zien. Gelukkig waren er nog andere dingen te doen op de berg zelf. Tussen de sneeuw door kon je wandelen naar een plaats waar eieren gekookt worden in vulkaanwater.

Door een chemische reactie met het zwavelhoudende kokende water, kleuren de eieren zwart langs de buitenkant. 1 zo'n ei opeten zou 7 jaar aan je leven toevoegen. Je moet ze per 5 kopen, ik heb er vier opgegeten. 28 jaar extra vond ik al genoeg.
 
vulkaan stoomwolken op de bergrug
zo schrijf je dus "keep left" in het Japans en Koreaans
Ik was met een gewone lijnbus van Atami naar het Ashi-meer gereisd, dat duurde toch zeker een dik uur. Langer dan ik gedacht had. De bergweggetjes hier in Japan zijn ook eerder voorzien voor mini-Japanse auto's dan voor bussen. Bij tegenliggers moet je als bus altijd oppassen dat je ze niet van de baan rijdt.


De terugreis van Ashi-no-ko naar Atami bleek een ander paar mouwen. Het bustijdsschema was in het Japans opgesteld, probeer daar maar eens wijs uit te raken. Je weet amper naar welke stad de uurschema's verwijzen. De buschauffeurs spreken ook geen Engels, dus is het behelpen.

Uiteindelijk moest ik een andere bus nemen richting Odawara station. Na een lange rit in een overvolle bus met als extra toetje, een luidkeels wenende baby ... besloot ik om halfweg uit te stappen en bij een lokaal station de trein naar Odawara te nemen. Deze trein bleek een boemeltrein te zijn, die een hoogteverschil van 600 meter moest overbruggen. De trein der traagheid in de praktijk.


In de trein zat het vol met studentes in  donkerblauw uniform, die allemaal een schoonheidsslaapje aan het doen waren. Blijkbaar moet er op school nogal "gearbeit" worden.

Uiteindelijk ben ik toch in Odawara station geraakt, van waaruit de supersnelle Shinkansen me zo in Atami afzette.  De hele terugreis moet zowat 2 en een half uur geduurd hebben. Maar zo leer je dat je zelfs in een land waar je amper kan communiceren met de buschauffeurs je uiteindelijk toch nog op bestemming raakt.


Het adagium is vooral niet panikeren en de kinderwijsheid van de Bert en Ernie liedjes in gedachte houden :"We komen er wel, we komen er wel ... ook al zijn we er nog niet, zijn we er nog niet". :-)